Met kleine RFID radiochips zijn goederen en personen in principe overal te traceren. Toch is de nieuwe technologie nog steeds geen gouden handel.
Radio Frequency Identification (RFID) is al meer dan 50 jaar geleden ontwikkeld, maar de technologie is bepaald nog geen onderdeel van ons dagelijkse leven. Nu de volledige technologie zogezegd in een minichip kan worden ondergebracht, schept dat echter veel meer gebruiksmogelijkheden.
Daarbij gaan de productiekosten voor RFID chips langzaam omlaag. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de microzenders kunnen worden gebruikt in statiegeldflessen, medicijnverpakkingen en andere producten. Leveranciers kunnen op deze manier bijvoorbeeld zien waar hun spullen naartoe gaan.
In Duitsland paste de winkelketen Metro de techniek reeds toe. Het bedrijf vertelde op de CeBIT technologiebeurs in Hannover 8,5 miljoen euro te hebben bespaard doordat het via RFID voorraden en bestellingen exact in kaart had. Volgens Metro is een brede toepassing van RFID niettemin nog 10 tot 15 jaar van ons verwijderd.
Momenteel kost een RFID label nog 14 eurocent. Dat bedrag moet volgens de baas van Metro nog een stuk omlaag wil het zinvol zijn om bijvoorbeeld elk pak yoghurt van een chip te voorzien. Kenners verwachten overigens dat de prijs van één RFID chip spoedig richting de 5 eurocent zal bewegen, zeker als de vraag groter wordt.
Critici waarschuwen echter voor diverse privacykwesties. Mensen of spullen die mensen bij zich hebben zijn via radiosignalen namelijk altijd te traceren, niet iedereen zal hier even blij mee zijn. Anderen nemen op hun beurt de mobiele telefoon als voorbeeld. Ook daarmee ben je te traceren, maar dat weerhoudt de meeste mensen er niet van een gsm te gebruiken.
| >>>> Bron | » www.telegraaf.nl |

